
Daar staan we dan, klaar om het pretpark in te gaan, maar eerst moeten we nog door de detectiepoortjes.
Mijn tas moet op de band worden gelegd om te worden gescand, daarna mag ik door het detectiepoortje lopen.
Ik zie een man in uniform naast het poortje staan, hij houdt alles in de gaten en achter de scanner zitten een man en een vrouw, ook in uniform, zij controleren via een beeldscherm wat ik in mijn tas heb.
“Al die handelingen, wat een gedoe”, denk ik nog. “Is dit nou echt nodig?” “Ik heb toch niks bij me wat gevaarlijk is?”
Dan hoor ik ineens naast mij piepers af gaan en automatisch kijk ik om, er staat een man bij het detectiepoortje. Er wordt hem een vraag gesteld en daarop haalt hij iets uit zijn zak, en dan wordt hij gefouilleerd. Schijnbaar is alles ok, want ik zie dat hij en zijn gezin door mogen lopen, het pretpark in.
Die controleurs in uniform, beveiligingsbeambten, zijn getraind om te kijken naar dingen die je vanaf de buitenkant niet meteen kan zien. Ze kijken door andere ogen, de scanner in dit geval, in je tas en weten dan of iets goed of niet goed is aan de contouren die ze zien.
Alles om de veiligheid van de mensen, de bezoekers, te waarborgen.
Bij mij rijst de vraag: “Hoe zit het eigenlijk echt met mijn veiligheid?”
Ik stel me voor dat ik iedere dag, als ik de deur uit loop, door een detectiepoortje loop en een veiligheidscheck doe:
Wat heb ik in mijn “tas” gestopt?
Wat zit er nog in mijn “zakken”?
Zie ik alles goed of heb ik “andere ogen” nodig of misschien wel een fouillering?
Ik kom tot de conclusie dat ik nu, op dit moment veilig ben, maar besef dat dit lang niet altijd zo is geweest.
Dagelijks ging ik de deur uit met stress, gevoelens van angst, pijn en verdriet, en ik had het niet altijd door.
Er ging nergens een pieper af, ik kon altijd door lopen, het “Pretpark” van het leven in, met rollercoasters van emoties, draaimolens van misselijkheid en shows met mooie maskers. Het leek eerder op Walibi fright nights dan op Disneyland (al kan die ook best spooky zijn).
In mijn werk, als ik mijn uniform aan had, kon ik prima de piepers bij anderen af horen gaan, zag ik wat er “in de zakken” verstopt was en zorgde ik voor de veiligheid van anderen. We werkten nooit alleen, altijd met zijn tweeën en waren daarmee ook elkaars ogen en scan om onze eigen veiligheid te borgen.
Het uniform heb ik achter me gelaten, ik herken mijn eigen “piepjes”, doe zelf controles door naar de buiten- en binnenkant te kijken. Ik wandel door het pretpark van het leven, vol met rollercoasters van energie en shows van plezier.
Wil je van fright nights naar fun, laat dan eens iemand met je meekijken, iemand die er in geoefend is om te kijken of alles veilig is, zodat je een onbezorgde tijd kan hebben in het pretpark wat leven heet!
In wat voor pretpark loop jij?
Lees ook
Mentale gezondheid is niet gecompliceerd!
Mentale gezondheid is gecompliceerd, was het maar simpel op te lossen! Eigenlijk is mentale gezondheid…

Blue monday! hoe is het met jou?
Hoe staat het met jouw goede voornemens? Heb je ze al aan de kapstok gehangen,…

De weegschaal van vrouwe Justitia in je eigen hand!
Jong geleerd oud gedaan! Op mijn 4e kwam ik voor het eerst in aanraking met…

